De twaalfjarige Kosta, een jongetje met een overactieve fantasie, raakt bevriend met de al even gevoelige elfjarige Blanka. Fantasie leidt de twee kinderen naar de vergeten zolder in het huis van Blanka's ouders. Voor hen is dit de verboden 'dertiende kamer' en voor Kosta wordt een oude glazen vaas een magische bal met behulp waarvan hij zijn favoriete toneelstuk 'over het lot' kan spelen. De kinderen observeren de volwassenen en voelen onbewust aan dat er iets mis is gegaan in de familie van Blanka. Haar vader is arts en haar moeder is niet blij met hem, ze herinnert zich nog steeds haar voormalige vrijer Petr die na zijn afstuderen naar India vertrok.